MEN 2 syndroom

De organen die bij MEN 2 zijn aangedaan, zijn vooral de schildklier, de bijnier en de bijschildklier. Er zijn twee verschillende types MEN 2; MEN 2A en MEN 2B. Zij ontstaan door mutaties op verschillende plaatsen in hetzelfde DNA stuk, hetzelfde gen. Bij zowel MEN 2A als MEN 2B ontstaat bij bijna iedere patiënt een kwaadaardige tumor van de schildklier. Een bijniertumor ontwikkelt zich in ongeveer de helft van de patiënten. Deze is meestal goedaardig. Bij MEN 2A ontstaat daarnaast bij 10 a 20% van de patiënten een goedaardig gezwel in de bijschildklier.

De schildklier
De schildklier is een zeer belangrijke endocriene klier die in het midden van de hals ligt. De schildklier is opgebouwd uit kleinere eenheden, follikels genaamd. Dit zijn holtes omgeven door follikelcellen. Hier vind de vorming en opslag van het schildklierhormoon plaats. Het schildklierhormoon zorgt voor de verbranding van voedingsstoffen in de cellen van het lichaam.

Daarnaast is er nog een ander soort cellen in de schildklier aanwezig. Zij liggen tussen de follikelcellen in en worden C-cellen genoemd. Deze cellen maken calcitonine, een hormoon dat wordt afgegeven aan het bloed als de calciumconcentratie te hoog is. Calcitonine regelt mede de calciumconcentratie in het lichaam.
Alle MEN 2 patiënten worden geboren met een verhoogd aantal C-cellen in de schildklier waar uiteindelijk een tumor uit ontstaat. Deze tumor heet het medullair schildklier carcinoom. Vooraf ontstaan door celdeling op verschillende plaatsen in beide kwabben van de schildklier goedaardige afwijkingen, C-cel vermeerdering (hyperplasie) genaamd. Het kan jaren duren voordat er werkelijk schildklierkanker in ontstaat. Deze vorm van kanker geeft pas laat klachten en is dus verraderlijk. Na verloop van tijd kan een knobbel in de schildklier ontstaan. In een latere fase kunnen slikklachten en heesheid optreden. De tumor is dan al in de omgeving doorgegroeid. Ook kan de tumor uitzaaien naar de lymfeklieren in de hals.

De diagnose kan aan de hand van verhoging van de calcitonine-spiegel in het bloed gesteld worden. Wanneer bij iemand de diagnose MEN 2 wordt gesteld, wordt het calcitonine gehalte periodiek gecontroleerd. Hierdoor kan al voordat kwaadaardige tumoren ontstaan een toename in de C-cellen worden opgespoord.
De laatste tijd is het beleid veranderd: op basis van het calcitonine-gehalte of de DNA-analyse stelt men vast of iemand aanleg heeft. De plaats van de mutatie kan uitwijzen op welke leeftijd iemand gevaar loopt een schildkliertumor te antwikkelen. Door preventief, alvast van tevoren, te opereren heb je een betere kans dat de tumor nog niet is uitgezaaid, en dus een betere overlevingskans. Soms worden kleine kinderen dan ook al geopereerd. De schildklier wordt hierbij helemaal verwijderd worden, omdat in elk restje dat zou blijevn zitten zich opnieuw een schildkliertumor zou kunnen ontwikkelen. Tijdens de operatie worden de lymfeklieren in de omgeving bekeken. Als er aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfeklieren, worden deze ook verwijderd. Na de operatie wordt regelmatig gecontroleerd of het calcitonine gehalte van het bloed verhoogd is. Deze waarde kun je gebruiken om te bepalen of de tumor al dan niet is uitgezaaid.
Na het weghalen van de schildklier behoeft het hormoon calcitonine niet te worden aangevuld, aangezien ontbreken van dit hormoon geen gevolgen heeft. Schildklierhormoon is echter onmisbaar voor de stofwisseling van een mens. Daarom moet iemand bij wie de schildlier is verwijderd, schildklierhormoon tabletten gebruiken om het tekort aan dit hormoon aan te vullen.

De bijnieren
De bijnieren zijn twee belangrijke endocriene klieren die boven op de nieren liggen. De schors ligt als een schil om het merg heen en produceert onder andere de hormonen cortisol en aldosteron, en mannelijke hormonen (androgenen). Cortisol regelt de reacties op stress en ontsteking, aldosteron heeft een rol in de water- en zouthuishouding in het lichaam. Androgenen zorgen onder andere bij de man voor ontwikkeling en handhaving van de geslachtskenmerken. Bij de vrouw zijn androgenen van betekenis bij de ovulatie en de lichaamsbeharing.
Het bijniermerg produceert de hormonen adrenaline en noradrenaline. Deze zorgen voor de aanpassing van het lichaam op stress, via regulatie van hartslag en bloeddruk.

Bij ongeveer vijftig procent van de mensen met MEN 2 ontstaan tumoren in het bijniermerg. Deze tumoren worden feochromocytomen genoemd. De tumoren kunnen in één of in beide bijnieren voorkomen en zijn meestal goedaardig. De tumor kan een grote hoeveelheid adrenaline en noradrenaline produceren. Dit kan ervoor zorgen dat iemand bij aanvallen, of soms zelfs continu last heeft van klachten als hoofdpijn, hoge bloeddruk, transpireren, hartkloppingen, pijn op de borst, misselijkheid en braken.
In urine en bloed worden de bijniermerghormonen en hun afbraakproducten gemeten. Verhoogde waarden wijzen op een overmatige werking productie door het bijniermerg. Met een MRI-scan en een scan met behulp van radioactief materiaal (MIBG) worden eventuele tumoren in beeld gebracht.
Als een bijniertumor is ontdekt, wordt de bijnier operatief verwijderd. De bijniermerghormonen behoeven niet te worden vervangen, maar zonder de bijnierschorshormonen cortisol en aldosteron, kan iemand niet leven. Dit betekent dat na een bijnierverwijdering de patiënt voor de rest van zijn leven cortisol en fludrocortison moet slikken.

De bijschildklieren
Ons lichaam heeft vier bijschildklieren. Ze liggen aan beide zijden naast de schildklier in de hals. De bijschildklieren produceren bijschildklierhormoon. Dit hormoon zorgt ervoor dat het kalkgehalte (calcium-gehalte) in het bloed op peil wordt gehouden. Dit gebeurt door:
a. calcium opname uit de botten
b. verhoogde opname van calcium uit het voedsel in de darm
c. verminderde uitscheiding van calcium in de urine
De meeste mensen met MEN 1 hebben klachten die worden veroorzaakt door een tumor in de bijschildklieren. Deze tumoren zorgen ervoor dat teveel bijschildklierhormoon wordt geproduceerd. Deze aandoening heet hyperparathyreoidie. Hierdoor wordt het calcium gehalte in het bloed te hoog. Tumoren in de bijschildklieren zijn meestal goedaardig.
Hyperparathyreoidie is vaak de eerste uiting van MEN 1. De helft van de mensen met MEN 1 heeft vóór het 25e levensjaar te hard werkende bijschildklieren. Rond het 50e levensjaar zijn bij bijna alle mensen (90%) de bijschildklieren aangedaan. De klachten, die meestal heel geleidelijk ontstaan, zijn moeheid en zwakte, spierpijn en botpijn, verminderde eetlust, misselijkheid, braken, moeilijke stoelgang, hoge bloeddruk en depressiviteit. Nogal eens wordt de aandoening bij toeval ontdekt, en heeft iemand nauwelijks klachten. Als het bijschildklierhormoon (parathormoon, PTH) gehalte in het bloed lang hoog blijft, kan botontkalking optreden, en kunnen nierstenen ontstaan.

Bij iemand die drager is van een veranderd MEN 1-gen, of van wie wordt vermoed dat hij drager is, kan in het bloed het gehalte van calcium en bijschildklierhormoon worden gemeten. Verhoogde waarden wijzen op een overmatige werking van de bijschildklieren. Als het calcium gehalte in het bloed bij herhaling duidelijk verhoogd is, of met behulp van aanvullend onderzoek één of meerdere tumoren in de bijschildklieren zijn gevonden, moeten de bijschildklieren door middel van een operatie geheel of gedeeltelijk worden weggenomen. Na de operatie is het calcium gehalte in het bloed soms te laag, en is het nodig om dit te corrigeren door behandeling met vitamine D- en calcium tabletten.

Periodiek onderzoek
Mensen die drager zijn van een MEN 2 mutatie in het RET-gen, of van wie wordt vermoed dat ze een mutatie hebben op grond van het klachtenpatroon, moeten periodiek worden onderzocht. Hierdoor kunnen eventuele tumoren al worden opgespoord, voordat er klachten ontstaan, en kan in een vroeg stadium van de ziekte worden ingegrepen.

L.U.: Jul 7, 2009

 

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close