Struma

Door de huisarts worden regelmatig mensen gezien die zich presenteren met een zwelling van de schildklier, berustend op een enkelvoudige knobbel in de schildklier ( ‘solitaire schildkliernodus’) dan wel een onregelmatig vergrote schildklier (‘multinodulair struma’).

Presenterend symptoom
Meestal meldt iemand zich met klachten van druk op de hals, een propgevoel, moeite met slikken, en soms wat toegenomen slijmvorming, waarbij in een aantal gevallen reeds een zwelling in de hals is opgemerkt. Soms zijn klachten passend bij schildklierhormoon overproductie of -gebrek de aanleiding. Wanneer dan op dat moment een knobbel in de schildklier wordt gevonden, dan is het beantwoorden van de volgende 2 vragen van belang:
1. Hoe is de functie van de schildklier, d.w.z. is er een te snelle (hyperthyreoidie) dan wel een te langzame (hypothyreoidie) werking van de schildklier ?
2. Is er sprake van slcehts één enkele knobbel (‘solitaire nodus’) in de schildklier dan wel een multinodulair struma zonder dat er een verdenking is, dat kanker in het spel zou kunnen zijn ?

Risicofactoren
Het zorgvuldig afnemen van de anamnese is een eerste vereiste, waarbij naast het bestaan van de klachten ook aandacht besteed moet worden aan de familie-geschiedenis, klachten die een over- dan wel onderproductie van schildklierhormoon kunnen suggereren, en specifieke risicofactoren die de kans op een aanwezigheid van een kwaadaardigheid in de schildklier groter maken.

Lichamelijk onderzoek
Vervolgens is zorgvuldige palpatie van de hals geboden, waarbij niet alleen naar de schildklier gevoeld dient te worden, doch ook het onderzoek van de lymfeklieren niet mag ontbreken. Bovendien dient vanzelfsprekend te worden gelet op algehele tekenen van schildklierdysfunctie, zoals een droge, danwel vettige huid, langzame dan wel te snelle polsslag, beven, uitpuilende ogen, vertraging van de relaxatie van de achillespeesreflex. Wat betreft het voelen van de schildklier is het van belang de grootte van de schildklier te vermelden t.o.v. de normale situatie, het aantal knobbels dat wordt gevoeld, hun grootte en consistentie, en het feit of de schildklier naar onderen wel of niet afgrensbaar is.

Schildklierdysfunctie ?
Onderzoek naar aanwezigheid van een veranderde functie van de schildklier geschiedt d.m.v. een bloedafname, waarbij het TSH-gehalte van het bloed wordt gemeten. Een normaal TSH-gehalte sluit een hyperthyreo‹die of hypothyreo‹die in principe uit. Is het TSH-gehalte verlaagd dan is een bepaling van het vrije T4-gehalte noodzakelijk, teneinde het verschil te kunnen maken tussen een echte versnelde werking van de schildklier, danwel een zogenaamde ‘autonome functie’. Bij dit laatste is de schildklierhormoon spiegel normaal.

Cytologische punctie
Wat betreft de afweging of er sprake is van een goedaardige danwel een mogelijke kwaadaardige knobbel dient te worden uitgegaan van de gegevens die verkregen zijn bij het opnemen van de klachten en ziektegeschiedenis, inventarisatie van mogelijke risicofactoren voor het optreden van schildklierkanker, en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek.
In zo’n geval kan een punctie van de schildklier worden uitgevoerd.

Behandeling multinodulair struma
Het beleid bij het multinodulaire struma is met name afhankelijk van de ernst van de klachten en eventuele lokale mechanische problemen (slikken, vernauwing van de luchtpijp dan wel verplaatsing).
a. Suppressie-therapie met schildklierhormoon tabletten kan in een aantal gevallen tot geringe vermindering van de schildkliergrootte leiden. De risico’s van een iets te hoge dosering en in relatie hiermee mogelijk optredende versnelde botafbraak maken dat deze behandeling steeds minder vaak wordt toegepast.
b. Alternatieven zijn:
1. een operatieve ingreep, waarbij beiderzijds het grootste gedeelte van de schildklier wordt weggenomen.
2. behandeling met radio-actief jodium.
Bij deze laatste behandeling is het mogelijk om de grootte van de schildklier met zo’n 40 tot 60% te laten afnemen, waarbij men niet de (kleine) risico’s heeft, die verbonden zijn aan een operatie, zoals de narcose op zich, en stemproblemen ten gevolge van de operatieve ingreep.

L.U.: Jul 7, 2009

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close