Rekenmodel voorspelt wanneer patiënten met zeldzaam kankersyndroom hun eerste tumoren zullen krijgen

Datum: 28 april 2014
Tijd: 16:15
Locatie: Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen
Adres: Broerstraat 5 te Groningen
Promotores: prof.dr. T.P. Links, prof.dr. E.G.E. de Vries

kruizinga-coverRoeliene Kruizinga: Role of VEGFA, CXCR4 and VHL mutation in tumour behavior
Met een statistisch rekenmodel is het mogelijk om te voorspellen wanneer patiënten met de ziekte Von Hippel Lindau (VHL) hun eerste tumoren kunnen verwachten. Dat stelde Roeliene Kruizinga in haar onderzoek naar dit zeldzame kankersyndroom. Het onderzoek geeft meer inzicht in het gedrag en de klinische karakteristieken van deze ziekte.

Mensen met de ziekte Von Hippel Lindau hebben meer kans op het ontwikkelen van goed- en kwaadaardige tumoren dan andere mensen. Dat komt door een niet goed werkend VHL-eiwit, waardoor verkeerde cellen niet worden opgeruimd, maar er juist nieuwe bloedvaten in worden aangemaakt die de cellen van zuurstof en voedingsstoffen voorzien. Kruizinga onderzocht de rol van de receptor CXCR-4 en de groeifactor VEGFA in dit proces. Ook berekende ze met behulp van een statistisch model, aan de hand van de ziektegegevens van 82 VHL-patiënten, de momenten waarop patiënten gescreend moeten worden.

Op basis van het model berekende de promovenda op welke leeftijd de kans 5% was om een bepaalde tumor te ontwikkelen in een orgaan (dat werd de aanbevolen leeftijd om te starten met screenen) en hoelang artsen maximaal kunnen wachten met een volgende scan. Die berekende startleeftijd ligt volgens Kruizinga bijvoorbeeld op de leeftijd van 7 jaar voor de ogen en 14 jaar voor de hersenen. De leeftijden en intervallen wijken soms behoorlijk af van de huidige richtlijnen.

Kruizinga ontdekte daarnaast dat VHL-patiënten rondom een zwangerschap extra goed gemonitord moeten worden. Maar liefst 4 van 29 VHL-patiënten werden tijdens hun zwangerschap levensgevaarlijk ziek door tumoren in de bijnieren, hersenen of het ruggenmerg.

Curriculum Vitae

Roeliene Kruizinga (Groningen, 1986) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Interne Geneeskunde, secties Medische Oncologie en Endocrinologie, van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door UMCG (Junior Scientific Masterclass), Van der Meer-Boerema Stichting, Ubbo Emmiusfonds (talent grant) en J.K. de Cock Stichting. Kruizinga werkt als internist in opleiding in het VU Medisch Centrum en het Amstelland ziekenhuis. De titel van haar proefschrift luidt: “Role of VEGFA, CXCR4 and VHL mutation in tumour behavior”.

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close