Jaarlijks moeten wij een overzicht aanleveren van een aantal parameters gelinkt aan de diabeteszorg. De indicatorenset Diabetes bestaat uit twee delen en is door twee verschillende werkgroepen tot stand gekomen. Het deel Diabetes Volwassenen is ontwikkeld in 2006, terwijl de ontwikkeling van het deel Diabetes Kinderen in 2011 heeft plaatsgevonden. De volgende richtlijnen zijn gebruikt voor deze indicatorenset: Diabetische nefropathie (NIV, 2003), Diabetische Retinopathie (CBO, 1998), Diabetische voet (CBO, 1998) en Hart- en vaatziekten bij diabetes mellitus (CBO, 1998), Zorgstandaard Diabetes (NDF, 2007), Richtlijn voor de behandeling van kinderen en tieners met diabetes (NDF, 2003), Zorgstandaard Addendum Diabetes type 1, deel 2 Kinderen en Adolescenten (NDF, 2007).

Ieder jaar zijn wij weer getroffen door de beperktheid van deze indicatoren. Ze inventariseren voornamelijk of een bepaalde meting is gedaan. De resultaten geven op geen enkele wijze de kwaliteit aan.

Een voorbeeld: in de benchmarking wordt geëist dat bij iedere patiënt met diabetes ieder jaar het totaal cholesterol en HDL-cholesterol gehalte wordt gemeten. Als blijkt dat je dat bij minder dan 80% hebt gedaan, dan ben je ‘slecht’, en verdien je in de Top-100 van het Algemeen Dagblad minder punten. Is dat allemaal wel nodig?
1. De hoogte van het HDL-cholesterol is een redelijk vast gegeven, en varieert binnen één persoon niet heel veel. Factoren die het HDL-cholesterol kunnen verhogen zijn lichaamsbeweging, consumptie van alcohol en bv. visproducten. Als daarin weinig verandert over de tijd, zal het HDL-cholesterol van jaar tot jaar bij een willekeurig persoon stabiel zijn. Zelfs medicijnen als statines hebben nauwelijks een effect op het HDL-cholesterol gehalte.
2. Mensen met type 2 diabetes worden bijna altijd met een statine behandeld. Alleen die kleine groep met een volstrekt normaal cholesterol hoeft niet behandeld te worden. Met de meeste statines lukt het goed om het LDL-cholesterol te doen dalen tot onder de streefwaarde van 2,5 mmol/l. Als dat met het eerste keus middel simvastatine niet lukt, dan hebben we als 2e en 3e keuze sterker werkende middelen als atorvastatine en rosuvastatine achter de hand. Indien eenmaal het doel is bereikt, dan zal het cholesterol gehalte niet veel schommelen, tenzij mensen drastisch hun eet- of beweeggewoonten veranderen, of de metabole regulatie sterk verslechtert, of stoppen met hun pillen. Voor mensen met type 2 diabetes én hart- en vaatziekten geven de richtlijnen aan dat het LDL-cholesterol bij voorkeur lager moet zijn dan 1,8 mmol/l.
3. De meeste richtlijnen richten zich op het LDL-cholesterol gehalte. LDL-cholesterol kun je óf direct meten, óf berekenen via de zgn. Friedewald formule.
Meting van totaal, HDL-cholesterol en LDL-cholesterol tesamen kosten een kleine 10 Euro (CTG 2012), in sommige ziekenhuizen nog veel meer. Gezien het feit dat de gehaltes van HDL en LDL relatief stabiel zijn, zowel bij onbehandelde patiënten, als bij patiënten die met een statine worden behandeld, is er geen dringende medische noodzaak om ieder jaar deze metingen te herhalen. Als we van de bekende 500.000 diabetes patiënten die geen hart- en vaatziekten hebben dit nog maar 1 keer per 2 jaar doen, dan scheelt dit de Nederlandse gezondheidszorg op jaarbasis tenminste 5 miljoen Euro. Misschien vindt u dit niet veel, maar het is maar één voorbeeld waar de zorg goedkoper kan. Het is weinig kostenbewust van “benchmark-fanaten” als Zichtbare Zorg om van hulpverleners te vragen dat zij minstens 1 x per jaar deze metingen uitvoeren, als het zonder verlies van kwaliteit van behandeling goedkoper kan.

Over het jaar 2014 hebben wij de volgende gegevens aangeleverd.
Totaal n=1391 patiënten, van wie de medische gegevens in een databestand zijn ingevoerd
Gemeten / uitgevoerd
HbA1c, 1387 (99.7%)
Kreatinine, 1357 (97.6%)
Microalbuminurie, 1196 (86.0%)
Totaal cholesterol, 1307 (94.0%)
HDL-cholesterol, 1304 (93.7%)
Bloeddrukmeting, 1279 (91.9%)
Voetonderzoek, 1219 (87.6%)

Wij vinden het volgende overzicht echter veel nuttiger. Dit zijn onze gegevens uit 2013, bij het ‘ter perse’ gaan van ons jaarverslag waren de gegevens van 2014 nog in bewerking.

Demografische gegevens

totaal type 1 dm type 2 dm
Totaal aantal N= 2090
geslacht
Mannen 55.5%
Vrouwen 44.5%
Leeftijd
Gemiddeld 57 46 61 jaar
< 50 jaar 34% 62% 17%
50-60 jaar 23% 21% 22%
60-70 jaar 25% 10% 35%
70-80 jaar 13% 6% 19%
> 80 jaar 5% 1% 7%
Diabetesduur
Gemiddeld 14 16 14 jaar
Nieuwe diabeten 2% 2% 2%
Gegevens behandeling
Tabletten 11.4%
Insuline alleen 100% 58%
Combinatie behandeling 27%
GLP1 agonist + tabletten 2.3%
GLP1 agonist + insuline 1.3%

Uitslagen, prestatie-parameters

Totaal Type 1 dm Type 2 dm
HbA1c 7.88% 8.00% 7.80%
Totaal Chol 4.40 4.56 4.23
HDL 1.43 1.62 1.28
LDL 2.40 2.59 2.33
Chol/HDL-ratio 3.1 2.8 3.1
Alb/Kreat-ratio * 1.4 0.6 1.6
Kreatinine 86 74 92
Systolische bloeddruk 134 131 135
Body Mass Index * 28.01 25.23 31.17
Roken ja 21% 20% 21%
Roken ja met StopRokenAdvies onbekend onbekend onbekend
Alcohol gebruik ja 57% 70% 47%
Diabetische retinopathie l/r ja 32% 35% 30%
Voetonderzoek in UMCG
monofilament afwijkend aan één van beide voeten 14.5% 6.0% 19.0%
vibratiezin afwijkend aan één van beide voeten 22.0%
afwezige pulsaties a.tib.post. aan één van beide voeten 6.3%
afwezige pulsaties a.dors.ped. aan één van beide voeten 5.6%
ernstige standsafw. aan één van beide voeten 9.7%
actief ulcus 2.8%
*mediane waarde

 

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close