Radioactief jodium en speekselklieren

ScreenHunter_247 Jul. 04 15.58

Effects of radioiodine treatment on salivary gland function in patients with differentiated thyroid carcinoma: a prospective study
Authors: Esther N. Klein Hesselink1, Adrienne H. Brouwers1, Johan R. de Jong1, Anouk N.A. van der Horst-Schrivers1, Rob P. Coppes1, Joop D. Lefrandt1, Piet L. Jager2, Arjan Vissink1 and Thera P. Links1
1 University of Groningen, University Medical Center Groningen, Netherlands;
2 Isala Hospital, Zwolle
For correspondence or reprints contact: Thera P. Links, University of Groningen, University Medical Center Groningen, Hanzeplein 1, P.O. Box 30.001, Groningen 9700 RB, Netherlands. E-mail: t.p.links@umcg.nl

Abstract
Introduction: Complaints of a dry mouth (xerostomia) and sialoadenitis are frequent side effects of radioiodine treatment in differentiated thyroid cancer (DTC) patients. However, detailed prospective data on alterations in salivary gland functioning after radioiodine treatment (131I) are scarce. Therefore, the primary aim of this study was to prospectively assess the effect of high-activity radioiodine treatment on stimulated whole saliva flow rate. Secondary aims were to study unstimulated whole and stimulated glandular (i.e., parotid and submandibular) saliva flow rate and composition alterations, development of xerostomia, characteristics of patients at risk for salivary gland dysfunction, and whether radioiodine uptake in salivary glands on diagnostic scans correlates to flow rate alterations.
Methods: In a multicenter prospective study, whole and glandular saliva were collected both before and five months after radioiodine treatment. Furthermore, patients completed the validated xerostomia inventory (XI). Alterations in salivary flow rate, composition and XI score were analyzed. Salivary gland radioiodine uptake on diagnostic scans was correlated with saliva flow rate changes after radioiodine treatment.
Results: Sixty-seven patients (mean age 48±17 years, 63% female, 84% underwent ablation therapy) completed both study visits. Stimulated whole saliva flow rate decreased after ablation therapy (from 0.92 [IQR 0.74-1.25] to 0.80 [0.58-1.18] ml/min, P = .003), as well as unstimulated whole- and stimulated glandular flow rates (p<.05). The concentration of salivary electrolytes was similar at both study visits, whereas the output of proteins, especially amylase (p<.05), was decreased. The subjective feeling of dry mouth increased (P = 0.001). Alterations in saliva flow rate were not associated with (semi)-quantitatively assessed radioiodine uptake in salivary glands on diagnostic scans. For the small cohort of patients undergoing repeat radioiodine therapy, we could not demonstrate alterations in salivary parameters.
Conclusion: We prospectively showed that salivary gland function is affected after high-activity radioiodine ablation therapy in patients with DTC. Therefore, more emphasis should be placed on salivary gland dysfunction during follow-up for DTC patients receiving high-activity radioiodine treatment.

Bron: http://jnm.snmjournals.org/content/early/2016/06/22/jnumed.115.169888.long

 

Behandeling met GLP1-receptor agonist kosten-effectief

ScreenHunter_248 Jul. 04 16.12

The cost-effectiveness of exenatide twice daily (BID) versus insulin lispro three times daily (TID) as add-on therapy to titrated insulin glargine in patients with type 2 diabetes
Authors: J. Gordon, P. McEwan, U. Sabale, B. Kartman & B.H.R Wolffenbuttel
DOI:10.1080/13696998.2016.1208207

Abstract
Objective: To evaluate the cost-effectiveness of exenatide twice daily (BID) versus bolus insulin lispro three times daily (TID) as add-on therapy when glycemic control is suboptimal with titrated basal insulin glargine and metformin.
Methods: The analysis was based on the recent 4B Study, which compared exenatide BID and lispro TID as add-on therapies in subjects with type 2 diabetes insufficiently controlled despite titrated insulin glargine. The Cardiff Diabetes Model was used to simulate patient costs and health benefits beyond the 4B Study. The Swedish healthcare perspective was adopted for this analysis; costs are reported in €EUR to aid interpretation. The main outcome measure was the cost per quality-adjusted life-year (QALY) gained with exenatide BID compared to lispro TID.
Results: Exenatide BID was associated with an incremental cost of €1,270 and a QALY increase of +0.64 compared with lispro TID over 40 years. The cost per QALY gained with exenatide BID compared with lispro TID was €1,971, which is within conventional limits of cost-effectiveness. Cost-effectiveness results were generally robust to alternative assumptions and values for key model parameters.
Limitations: Extrapolation of trial data over the longer term can be influenced by modelling and parameter uncertainty. Cost-effectiveness results were generally insensitive to alternative values of key model input parameters and across scenarios.
Conclusions: The addition of exenatide BID rather than insulin lispro to basal insulin is associated with similar or better clinical outcomes. Illustrated from the Swedish healthcare perspective, analysis with the Cardiff Diabetes Model demonstrated that exenatide BID represents a cost-effective treatment alternative to lispro TID as add-on therapy in type 2 diabetes patients insufficiently controlled on basal insulin.

Bron: http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13696998.2016.1208207

 

Subsidie DiabetesFonds voor bestuderen ‘endocrine disruptors’ en diabetes

Onderzoekers UMCG krijgen subsidie Diabetesfonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

Onderzoekers van het UMCG ontvangen een subsidie van 275.000 euro van het Diabetesfonds. Met dit geld gaat Jana van Vliet-Ostaptchouk van de afdeling Endocrinologie onderzoek doen naar verstoringen van het endocriene systeem in het lichaam, die worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen. Haar onderzoek richt zich vooral op het zichtbaar maken van de onderliggende mechanismen van het ontstaan van diabetes.

diabetes photoDe huidige epidemie van type2-diabetes (T2D) vormt een belangrijk risico voor de moderne samenleving. Recente gegevens wijzen erop dat blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen, zogeheten endocriene disruptors (EDC), een belangrijke rol kan spelen in de wereldwijde toename van diabetes. Onderzoek laat zien dat EDC het endocriene systeem in het lichaam op diverse manieren verstoren.

Van Vliet-Ostaptchouk wil in haar onderzoek de relatie tussen EDC, verstoring van de glucosestofwisseling en verhoogd risico op type2-diabetes nagaan. Tevens wil zij nagaan of dit risico verandert door genetische aanleg en leefstijl. Zij vergelijkt de bloostellingen aan EDC’s en de interactie met erfelijke factoren en voedingsgewoonten en hoeveelheid lichaamsbeweging, tussen gezonde mensen, mensen met overgewicht en een groep van 1500 patiënten met type2-diabetes.

Voor haar onderzoek maakt Van Vliet gebruik van de gegevens van de LifeLines-biobank. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Dr. A.M. Andersson van het Center of Endocrine Disruptors, Copenhagen University Hospital. Mede-aanvrager voor de subsidie is Prof. B. Wolffenbuttel van het UMCG. De studie gaat in totaal 4 jaar duren.

23 juni 2014

Photo by GDS Infographics

Gunstige cardiovasculaire effecten van liraglutide

LiraglutideNEJM

Recent zijn de resultaten van de eerste studie naar de cardiovasculaire benefits van behandeling met een GLP1RA gepresenteerd op het Amerikaanse Diabetes Congres, en gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.

Een korte samenvatting van de studie:
The cardiovascular effect of liraglutide, a glucagon-like peptide 1 analogue, when added to standard care in patients with type 2 diabetes, remains unknown.
In a double-blind trial, randomly assigned patients with type 2 diabetes and high cardiovascular risk were to receive liraglutide or placebo. The primary composite outcome in the time-to-event analysis was the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke. The primary hypothesis was that liraglutide would be noninferior to placebo with regard to the primary outcome, with a margin of 1.30 for the upper boundary of the 95% confidence interval of the hazard ratio. No adjustments for multiplicity were performed for the prespecified exploratory outcomes.
In the time-to-event analysis, the rate of the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke among patients with type 2 diabetes mellitus was lower with liraglutide than with placebo.

Lees het volledige artikel op: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1603827#t=article

 

Bijniernet website steeds professioneler en completer

adrenalBijnierNET is een platform voor zorgaanbieders, patiënten, mantelzorgers en geïnteresseerden rondom de Bijnieraandoeningen: Bijnierschorsinsufficiëntie (Addison), Syndroom van Cushing, AGS, Primair Hyperaldosteronisme (Ziekte van Conn),  Feochromocytoom en Bijnierschorscarcinoom.

De zorg voor patiënten met zeldzame bijnieraandoeningen is van oudsher specialistisch, complex, kostbaar en arbeidsintensief. Er bestaat slechts beperkt inzicht in de organisatie, het proces en de uitkomsten van deze zorg. Teneinde de zorg voor deze bijzondere groep patiënten te verbeteren, hebben de participanten in het BijnierNET de mogelijkheden die een landelijke (digitale) community hiervoor met zich meebrengen nader uitgezocht. In het BijnierNET kunnen patiënten, zorgverleners en mantelzorgers elkaar (virtueel) ontmoeten, ervaringen uitwisselen en de kennis rond de zorg voor bijnierpatiënten – ook bij afnemend zorgaanbod – op een hoog peil behouden, mogelijk op een hoger peil brengen.

Door een betere verspreiding van de beschikbare kennis bij/van alle deelnemers kan goede zorg beschikbaar blijven.Deze inbreng van kennis kan mogelijk kostenbesparend gaan werken.

Link: www.bijniernet.nl

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close