Voorkomen van een Addisonse crisis

ScreenHunter_250 Jul. 04 16.19

In de afgelopen jaren bleek regelmatig dat mensen met een bijnierziekte verschillende instructies ontvingen van hun behandelaars hoe om te gaan met stress. Dit kan ernstige gevolgen hebben omdat het verwarring veroorzaakt en direct van invloed kan zijn op het welzijn van de patiënt en zijn naasten. Daarom is – onder de paraplu van het BijnierNET – in 2015 een nieuwe uniforme stressinstructie gemaakt, samen met diverse internist-endocrinologen, verpleegkundig specialisten en patiënten, voor die gevallen dat de patiënt thuis of onderweg niet goed wordt en er een bijniercrisis dreigt. Ook vanuit het UMCG is hieraan intensief meegewerkt. De nieuwe stressinstructie is verkrijgbaar via uw behandelend internist-endocrinoloog, maar kan ook gedownload worden via de website van Bijniernet.

 

Radioactief jodium en speekselklieren

ScreenHunter_247 Jul. 04 15.58

Effects of radioiodine treatment on salivary gland function in patients with differentiated thyroid carcinoma: a prospective study
Authors: Esther N. Klein Hesselink1, Adrienne H. Brouwers1, Johan R. de Jong1, Anouk N.A. van der Horst-Schrivers1, Rob P. Coppes1, Joop D. Lefrandt1, Piet L. Jager2, Arjan Vissink1 and Thera P. Links1
1 University of Groningen, University Medical Center Groningen, Netherlands;
2 Isala Hospital, Zwolle
For correspondence or reprints contact: Thera P. Links, University of Groningen, University Medical Center Groningen, Hanzeplein 1, P.O. Box 30.001, Groningen 9700 RB, Netherlands. E-mail: t.p.links@umcg.nl

Abstract
Introduction: Complaints of a dry mouth (xerostomia) and sialoadenitis are frequent side effects of radioiodine treatment in differentiated thyroid cancer (DTC) patients. However, detailed prospective data on alterations in salivary gland functioning after radioiodine treatment (131I) are scarce. Therefore, the primary aim of this study was to prospectively assess the effect of high-activity radioiodine treatment on stimulated whole saliva flow rate. Secondary aims were to study unstimulated whole and stimulated glandular (i.e., parotid and submandibular) saliva flow rate and composition alterations, development of xerostomia, characteristics of patients at risk for salivary gland dysfunction, and whether radioiodine uptake in salivary glands on diagnostic scans correlates to flow rate alterations.
Methods: In a multicenter prospective study, whole and glandular saliva were collected both before and five months after radioiodine treatment. Furthermore, patients completed the validated xerostomia inventory (XI). Alterations in salivary flow rate, composition and XI score were analyzed. Salivary gland radioiodine uptake on diagnostic scans was correlated with saliva flow rate changes after radioiodine treatment.
Results: Sixty-seven patients (mean age 48±17 years, 63% female, 84% underwent ablation therapy) completed both study visits. Stimulated whole saliva flow rate decreased after ablation therapy (from 0.92 [IQR 0.74-1.25] to 0.80 [0.58-1.18] ml/min, P = .003), as well as unstimulated whole- and stimulated glandular flow rates (p<.05). The concentration of salivary electrolytes was similar at both study visits, whereas the output of proteins, especially amylase (p<.05), was decreased. The subjective feeling of dry mouth increased (P = 0.001). Alterations in saliva flow rate were not associated with (semi)-quantitatively assessed radioiodine uptake in salivary glands on diagnostic scans. For the small cohort of patients undergoing repeat radioiodine therapy, we could not demonstrate alterations in salivary parameters.
Conclusion: We prospectively showed that salivary gland function is affected after high-activity radioiodine ablation therapy in patients with DTC. Therefore, more emphasis should be placed on salivary gland dysfunction during follow-up for DTC patients receiving high-activity radioiodine treatment.

Bron: http://jnm.snmjournals.org/content/early/2016/06/22/jnumed.115.169888.long

 

Behandeling met GLP1-receptor agonist kosten-effectief

ScreenHunter_248 Jul. 04 16.12

The cost-effectiveness of exenatide twice daily (BID) versus insulin lispro three times daily (TID) as add-on therapy to titrated insulin glargine in patients with type 2 diabetes
Authors: J. Gordon, P. McEwan, U. Sabale, B. Kartman & B.H.R Wolffenbuttel
DOI:10.1080/13696998.2016.1208207

Abstract
Objective: To evaluate the cost-effectiveness of exenatide twice daily (BID) versus bolus insulin lispro three times daily (TID) as add-on therapy when glycemic control is suboptimal with titrated basal insulin glargine and metformin.
Methods: The analysis was based on the recent 4B Study, which compared exenatide BID and lispro TID as add-on therapies in subjects with type 2 diabetes insufficiently controlled despite titrated insulin glargine. The Cardiff Diabetes Model was used to simulate patient costs and health benefits beyond the 4B Study. The Swedish healthcare perspective was adopted for this analysis; costs are reported in €EUR to aid interpretation. The main outcome measure was the cost per quality-adjusted life-year (QALY) gained with exenatide BID compared to lispro TID.
Results: Exenatide BID was associated with an incremental cost of €1,270 and a QALY increase of +0.64 compared with lispro TID over 40 years. The cost per QALY gained with exenatide BID compared with lispro TID was €1,971, which is within conventional limits of cost-effectiveness. Cost-effectiveness results were generally robust to alternative assumptions and values for key model parameters.
Limitations: Extrapolation of trial data over the longer term can be influenced by modelling and parameter uncertainty. Cost-effectiveness results were generally insensitive to alternative values of key model input parameters and across scenarios.
Conclusions: The addition of exenatide BID rather than insulin lispro to basal insulin is associated with similar or better clinical outcomes. Illustrated from the Swedish healthcare perspective, analysis with the Cardiff Diabetes Model demonstrated that exenatide BID represents a cost-effective treatment alternative to lispro TID as add-on therapy in type 2 diabetes patients insufficiently controlled on basal insulin.

Bron: http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/13696998.2016.1208207

 

Gunstige cardiovasculaire effecten van liraglutide

LiraglutideNEJM

Recent zijn de resultaten van de eerste studie naar de cardiovasculaire benefits van behandeling met een GLP1RA gepresenteerd op het Amerikaanse Diabetes Congres, en gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.

Een korte samenvatting van de studie:
The cardiovascular effect of liraglutide, a glucagon-like peptide 1 analogue, when added to standard care in patients with type 2 diabetes, remains unknown.
In a double-blind trial, randomly assigned patients with type 2 diabetes and high cardiovascular risk were to receive liraglutide or placebo. The primary composite outcome in the time-to-event analysis was the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke. The primary hypothesis was that liraglutide would be noninferior to placebo with regard to the primary outcome, with a margin of 1.30 for the upper boundary of the 95% confidence interval of the hazard ratio. No adjustments for multiplicity were performed for the prespecified exploratory outcomes.
In the time-to-event analysis, the rate of the first occurrence of death from cardiovascular causes, nonfatal myocardial infarction, or nonfatal stroke among patients with type 2 diabetes mellitus was lower with liraglutide than with placebo.

Lees het volledige artikel op: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1603827#t=article

 

Bijniernet website steeds professioneler en completer

adrenalBijnierNET is een platform voor zorgaanbieders, patiënten, mantelzorgers en geïnteresseerden rondom de Bijnieraandoeningen: Bijnierschorsinsufficiëntie (Addison), Syndroom van Cushing, AGS, Primair Hyperaldosteronisme (Ziekte van Conn),  Feochromocytoom en Bijnierschorscarcinoom.

De zorg voor patiënten met zeldzame bijnieraandoeningen is van oudsher specialistisch, complex, kostbaar en arbeidsintensief. Er bestaat slechts beperkt inzicht in de organisatie, het proces en de uitkomsten van deze zorg. Teneinde de zorg voor deze bijzondere groep patiënten te verbeteren, hebben de participanten in het BijnierNET de mogelijkheden die een landelijke (digitale) community hiervoor met zich meebrengen nader uitgezocht. In het BijnierNET kunnen patiënten, zorgverleners en mantelzorgers elkaar (virtueel) ontmoeten, ervaringen uitwisselen en de kennis rond de zorg voor bijnierpatiënten – ook bij afnemend zorgaanbod – op een hoog peil behouden, mogelijk op een hoger peil brengen.

Door een betere verspreiding van de beschikbare kennis bij/van alle deelnemers kan goede zorg beschikbaar blijven.Deze inbreng van kennis kan mogelijk kostenbesparend gaan werken.

Link: www.bijniernet.nl

Expertisecentra gelieerd aan de afdeling Endocrinologie

NFUIn juni 2015 hebben 44 expertisecentra van het UMCG de erkenning ‘expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen’ gekregen van het ministerie van VWS. We belichten hier de centra waarvan de Endocrinologie afdeling het coördinatorschap vervult. In een expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen worden ziektes behandeld die bij minder dan 1 op de 2000 patiënten voorkomen. Om voor landelijke erkenning in aanmerking te komen, moet het centrum voldoen aan Europese kwaliteitscriteria en aan de criteria van de stuurgroep weesgeneesmiddelen. De kwaliteitscriteria betreffen het leveren van excellente multidisciplinaire patiëntenzorg met volop aandacht voor zorgstandaarden, informatie en communicatie aan patiënten en transitie van zorg. Andere vereisten zijn het doen van hoogstaand wetenschappelijk onderzoek, het borgen van continuïteit in de opleiding en overdracht van kennis en de samenwerking met patiëntenorganisaties en andere expertisecentra, evenals grensoverschrijdende gezondheidszorg.
De expertisecentra zijn opgenomen in Orphanet en de Adreswijzer Zeldzame Aandoeningen van de Nederlandse Federatie van Universitaire Medische Centra (NFU).

(meer…)

Informatiebrief Thyrax Duotab

thyrax

Groningen 02 februari 2016

Informatie voor patiënten die behandeld worden met Thyrax

Geachte heer/mevrouw,

Zoals recent duidelijk is geworden zal er gedurende een groot deel van 2016 een tekort aan Thyrax Duotab (merknaam van levothyroxine) zijn. Aspen Pharma Limited, de firma die Thyrax Duotab produceert, laat weten dat ze door verhuizing naar een nieuwe productielocatie dit medicijn tijdelijk niet kan maken. Hierdoor kan het mogelijk zijn dat u over moet stappen op levothyroxine van een andere fabrikant.

Praktisch betekent dat voor u dat u van uw apotheek schildklierhormoon krijgt van een andere fabrikant, op het moment dat de voorraad Thyrax Duotab op is. U heeft hiervoor geen nieuw recept nodig. Opgemerkt moet worden dat in de preparaten van de andere fabrikanten dezelfde werkzame stof zit. Omdat de schildklierhormoon tabletten wel mogelijk een kleine variatie kunnen hebben in sterkte, is het wel raadzaam om de bloedwaarden te controleren om te kijken of er een kleine dosisaanpassing noodzakelijk is bij u.
Als u binnen 3 maanden een afspraak hebt bij uw Endocrinoloog, kan dit gewoon plaatsvinden in het UMCG. Als deze controle afspraak langer duurt of u krijgt klachten dan willen wij u vragen om een TSH en T4 te laten controleren via uw huisarts, en de assistent van de huisarts te vragen om deze uitslag te faxen naar 050-3610950. Na het overgaan op een ander preparaat is meestal het pas na minimaal 6 weken zinvol om de bloedwaarden te controleren.
Wilt u aan ons secretariaat doorgeven dat u bloed hebt geprikt? U krijgt bericht van ons als de dosering van de nieuwe medicijnen moeten worden aangepast. Mocht u klachten hebben, die u wilt bespreken dan kunt via de poli een belafspraak maken met uw eigen endocrinoloog nadat u bloed hebt geprikt.
De huisarts krijgt een kopie van deze brief.

Met vriendelijke groet

Internisten afdeling endocrinologie UMCG.

 

Schildklieraandoeningen en sport – een (on)mogelijke combinatie?

SON_header_smalOp maandagavond 30 november organiseerde de werkgroep Friesland van SON een informatiebijeenkomst in het Medisch Centrum Leeuwarden. Wij vonden het erg fijn dat wij deze avond inhoud mochten geven.
Titel van de avond was:  Schildklier en sport – een (on)mogelijke combinatie ?
Omdat de geluidskwaliteit van de video-opnames nogal wat nabewerking nodig maakt, plaatsen wij hier al vast de presentaties.
1. Behandeling van te snelle en te langzame schildklierwerking – inzichten anno 2015. Bruce HR Wolffenbuttel
2. Voeding bij sporten met een schildklieraandoening. Linda Swart-Busscher
3. Met een schildklieraandoening de marathon van Berlijn lopen: kan dat wel? Theo Vlaar

De presentaties zijn te bekijken via YouTube.
Volg de volgende links.
https://youtu.be/Zc_K5ikfDCc
https://youtu.be/DvDlTuaUTss
https://youtu.be/S3SDZONRzss

Binnenkort zullen we ook ondertiteling aan de video’s kunnen toevoegen…
 

UPDATE – Regionale Refereeravond Endocrinologie voor huisartsen – 27 oktober 2015

Vitamine B12 deficiëntie ‘centraal’

vitamine b12 photoDatum: dinsdag 27 oktober 2015

Mw. Jansen -50 jaar- meldt zich met moeheid en spierklachten. U prikt een rijtje lab waaronder vit B12. De uitslag is net binnen de grenzen: 141. Wat nu? Doet u aanvullend onderzoek? Zo ja wat, wat kost het en hoe interpreteert u de uitslag? Vraagt u specifiek naar vit B12 gerelateerde klachten en wat vraagt u dan? Uw volgende patiënt is Mevr. Klaassens die meldt dat ze eerder haar vit. B12 injectie wil hebben, ze voelt zich na vier weken alweer moe worden. ……
De prevalentie van vitamine B12 deficiëntie is hoger dan we vaak denken en de diagnostiek complexer. Vandaar dat het centraal staat in deze refereeravond.

Doel
Na deze refereeravond zal u soortgelijke consulten als hierboven vermeld anders ervaren.
U gaat naar huis met een beter inzicht over de anamnese, lichamelijk onderzoek, laboratorium diagnostiek, en hoe je het effect van een behandeling kunt volgen. De communicatie met uw patiënt omtrent dit thema gaat soepeler, want u weet van de hoed en de rand; wanneer te prikken, te starten en ook wanneer te verwijzen !

Programma
19.00 Ontvangst en registratie
19.30 Opening
Vivian van Vliet, huisarts
19.40 De B12 stofwisseling zo simpel mogelijk uitgelegd.
Rebecca Heiner (werd vervangen door Helma de Jongh, klinisch chemicus)
20.10 VitB12 gebrek in de endocrinologische praktijk.
Bruce Wolffenbuttel (werd vervangen door Melanie vd Klauw)
U vindt de presentatie HIER.
20.50 Pauze
21.05 Klinische ervaringen met diagnostiek en behandeling van vitB12 deficiëntie.
Hajo Auwerda, internist / Clara Plattel, B12 research groep
21.50 Samenvatting leerpunten.
Vivian van Vliet, huisarts

Inleiders/ voorzitter/voorbereidingscommissie:
Dr. J.J.A. Auwerda, internist, MC Zuiderzee, Lelystad
Mw. dr. H. de Jongh, M.R. Heiner, klinisch chemicus, UMCG
Mw. J. Hummel, senior consulent, Wenckebach Instituut UMCG
Mw. C. Plattel, projectleider – coördinator B12-Deficiency Research Group, Rotterdam
Mw. drs. V. van Vliet, huisarts, Groningen
Mw. dr. M.M. van der Klauw, Prof. dr. B.H.R. Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog, UMCG

Photo by mathias_poujol_rost

Kwaliteit van de diabeteszorg 2013-2014

Jaarlijks moeten wij een overzicht aanleveren van een aantal parameters gelinkt aan de diabeteszorg. De indicatorenset Diabetes bestaat uit twee delen en is door twee verschillende werkgroepen tot stand gekomen. Het deel Diabetes Volwassenen is ontwikkeld in 2006, terwijl de ontwikkeling van het deel Diabetes Kinderen in 2011 heeft plaatsgevonden. De volgende richtlijnen zijn gebruikt voor deze indicatorenset: Diabetische nefropathie (NIV, 2003), Diabetische Retinopathie (CBO, 1998), Diabetische voet (CBO, 1998) en Hart- en vaatziekten bij diabetes mellitus (CBO, 1998), Zorgstandaard Diabetes (NDF, 2007), Richtlijn voor de behandeling van kinderen en tieners met diabetes (NDF, 2003), Zorgstandaard Addendum Diabetes type 1, deel 2 Kinderen en Adolescenten (NDF, 2007).

Ieder jaar zijn wij weer getroffen door de beperktheid van deze indicatoren. Ze inventariseren voornamelijk of een bepaalde meting is gedaan. De resultaten geven op geen enkele wijze de kwaliteit aan.
(meer…)

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close