Endocrinologie — Afd. Endocrinologie UMCG

Welkom op de website van de afdeling Endocrinologie van het UMCG. De afdeling Endocrinologie van het UMCG is het verwijscentrum en kenniscentrum in Noord-Nederland op het gebied van hormoonaandoeningen en stofwisselingsziekten. De endocrinoloog houdt zich bezig met de functie van hormonen in het lichaam en met ziekten die ontstaan door overproductie of juist het wegvallen van de productie van bepaalde hormonen, zoals diabetes. Ook behandelt de endocrinoloog patiënten met stofwisselingsziekten en met aandoeningen van organen waar hormonen worden aangemaakt. Organen die hormonen aanmaken zijn onder meer de schildklier, bijnier en de hypofyse.

Naast de directe zorg voor patiënten met hormoonaandoeningen en stofwisselingsziekten, richt de afdeling zich ook op wetenschappelijk onderzoek, onderwijs aan artsen en studenten en informatie-uitwisseling met patiënten-organisaties. Hierbij werken wij nauw samen met andere ziekenhuizen en specialisten in de regio.

Op deze website geven wij informatie over onze afdeling, en over veel voorkomende hormonale aandoeningen. U vindt ook ‘links’ naar nieuws op endocrien gebied.
LU: Jul 29, 2012

Onderzoekers UMCG krijgen subsidie Diabetesfonds voor ontrafelen mechanismen diabetes

Onderzoekers van het UMCG ontvangen een subsidie van 275.000 euro van het Diabetesfonds. Met dit geld gaat Jana van Vliet-Ostaptchouk van de afdeling Endocrinologie onderzoek doen naar verstoringen van het endocriene systeem in het lichaam, die worden veroorzaakt door blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen. Haar onderzoek richt zich vooral op het zichtbaar maken van de onderliggende mechanismen van het ontstaan van diabetes.

De huidige epidemie van type2-diabetes (T2D) vormt een belangrijk risico voor de moderne samenleving. Recente gegevens wijzen erop dat blootstelling aan bepaalde milieuverontreinigende stoffen, zogeheten endocriene disruptors (EDC), een belangrijke rol kan spelen in de wereldwijde toename van diabetes. Onderzoek laat zien dat EDC het endocriene systeem in het lichaam op diverse manieren verstoren.

Van Vliet-Ostaptchouk wil in haar onderzoek de relatie tussen EDC, verstoring van de glucosestofwisseling en verhoogd risico op type2-diabetes nagaan. Tevens wil zij nagaan of dit risico verandert door genetische aanleg en leefstijl. Zij vergelijkt de bloostellingen aan EDC’s en de interactie met erfelijke factoren en voedingsgewoonten en hoeveelheid lichaamsbeweging, tussen gezonde mensen, mensen met overgewicht en een groep van 1500 patiënten met type2-diabetes.

Voor haar onderzoek maakt Van Vliet gebruik van de gegevens van de LifeLines-biobank. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met Dr. A.M. Andersson van het Center of Endocrine Disruptors, Copenhagen University Hospital. Mede-aanvrager voor de subsidie is Prof. B. Wolffenbuttel van het UMCG. De studie gaat in totaal 4 jaar duren.

23 juni 2014

In samenwerking met het Universitair Medisch Centrum Groningen organiseerde SON op 26 mei 2014 een voorlichtingsbijeenkomst in het ziekenhuis.
Spreker was endocrinoloog professor Wolffenbuttel. Onder andere puttend uit zijn eigen praktijk is hij uitgebreid ingegaan op hypothyreoidie, hyperthyreoïdie en struma.
Aan de hand van een aantal aspecten werden de klachten, verschijnselen en beste behandeling van deze meest voorkomende schildklieraandoeningen besproken.

U kunt de presentatie bekijken via deze link.

Rekenmodel voorspelt wanneer patiënten met zeldzaam kankersyndroom hun eerste tumoren zullen krijgen

Datum: 28 april 2014
Tijd: 16:15
Locatie: Aula Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen
Adres: Broerstraat 5 te Groningen

Promotor: prof.dr. T.P. Links, prof.dr. E.G.E. de Vries

Roeliene Kruizinga: Role of VEGFA, CXCR4 and VHL mutation in tumour behavior

Met een statistisch rekenmodel is het mogelijk om te voorspellen wanneer patiënten met de ziekte Von Hippel Lindau (VHL) hun eerste tumoren kunnen verwachten. Dat stelt Roeliene Kruizinga in haar onderzoek naar dit zeldzame kankersyndroom. Het onderzoek geeft meer inzicht in het gedrag en de klinische karakteristieken van deze ziekte.

Mensen met de ziekte Von Hippel Lindau hebben meer kans op het ontwikkelen van goed- en kwaadaardige tumoren dan andere mensen. Dat komt door een niet goed werkend VHL-eiwit, waardoor verkeerde cellen niet worden opgeruimd, maar er juist nieuwe bloedvaten in worden aangemaakt die de cellen van zuurstof en voedingsstoffen voorzien. Kruizinga onderzocht de rol van de receptor CXCR-4 en de groeifactor VEGFA in dit proces. Ook berekende ze met behulp van een statistisch model, aan de hand van de ziektegegevens van 82 VHL-patiënten, de momenten waarop patiënten gescreend moeten worden.

Op basis van het model berekende de promovenda op welke leeftijd de kans 5% was om een bepaalde tumor te ontwikkelen in een orgaan (dat werd de aanbevolen leeftijd om te starten met screenen) en hoelang artsen maximaal kunnen wachten met een volgende scan. Die berekende startleeftijd ligt volgens Kruizinga bijvoorbeeld op de leeftijd van 7 jaar voor de ogen en 14 jaar voor de hersenen. De leeftijden en intervallen wijken soms behoorlijk af van de huidige richtlijnen.

Kruizinga ontdekte daarnaast dat VHL-patiënten rondom een zwangerschap extra goed gemonitord moeten worden. Maar liefst 4 van 29 VHL-patiënten werden tijdens hun zwangerschap levensgevaarlijk ziek door tumoren in de bijnieren, hersenen of het ruggenmerg.

Curriculum Vitae

Roeliene Kruizinga (Groningen, 1986) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Interne Geneeskunde, secties Medische Oncologie en Endocrinologie, van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door UMCG (Junior Scientific Masterclass), Van der Meer-Boerema Stichting, Ubbo Emmiusfonds (talent grant) en J.K. de Cock Stichting. Kruizinga werkt als internist in opleiding in het VU Medisch Centrum en het Amstelland ziekenhuis. De titel van haar proefschrift luidt: “Role of VEGFA, CXCR4 and VHL mutation in tumour behavior”.

On April 14 2014, Sophie van Asselt successfully defended her dissertation: New imaging strategies in neuroendocrine tumors.

Promotores were prof. T.P. Links and prof. E.G.E. de Vries

Summary
Neuroendocrine tumours include rare tumours, originating from (neuro)endocrine cells throughout the body. They occur sporadically, but can also be part of the hereditary tumour syndromes von Hippel-Lindau (VHL) disease and Multiple Endocrine Neoplasia type 1 (MEN1). In both tumour syndromes patients are at high risk to develop pancreatic neuroendocrine tumors. The only curative treatment of neuroendocrine tumours is surgery. Compared to epithelial tumors, neuroendocrine tumours often behave indolent, but can also act more aggressive and/or become resistant to treatment.

Screening is recommended for early detection of pancreatic neuroendocrine tumours in both MEN1 and VHL. In this thesis we compared the new imaging techniques endoscopic ultrasound (EUS) and 11C-5-hydroytryptophan positron emission tomography (11C-5-HTP PET) with the conventional imaging CT or MRI and somatostatin receptor scintigraphy (SRS) for the early detection of pancreatic neuroendocrine tumours in these patients.

There is a need for biomarkers that can predict disease activity or treatment efficacy. Bevacizumab is a monoclonal antibody against vascular endothelial growth factor A (VEGF-A), which is an important growth factor for vascularisation in cancer. Imaging with 89Zr-bevacizumab PET can potentially provide information about VEGF-A status at the tumour site non-invasively. We investigated the role of zirconium -89 (89Zr) labelled bevacizumab as biomarker in PET molecular imaging in VHL disease and in patients with sporadic advanced neuroendocrine tumours treated with everolimus.

De refereeravond Endocrinologie stond in 2012 (dinsdag 16 oktober 2012) in het teken van hormonale worstelingen. We zoomden daarbij in op drie in de huisartsenpraktijk veel voorkomende problemen en onderwerpen. 

Thera Links trapte af met de problematiek van een minder functionerende schildklier, inclusief de daarbij behorende klachten zoals moeheid, anti-TPO, struma, subklinische hypothyreoïdie en restklachten (moeheid, depressie) na gebruik van medicatie. Verschillende onderzoeks- en behandelmethoden passeerden de revue, waaronder:
– substitutie met schildklierhormoon
– behandeling bij subklinische hypothyreoïdie
– aanvullende therapeutische mogelijkheden bij restklachten, zoals cognitieve gedragstherapie en mindfullness.

Uw patiënt kan op internet een antwoord vinden voor veel ‘hormonale’ klachten. Patiënten komen soms met de meest bonte diagnoses binnen. Maar wat antwoordt u als uw patiënt u vraagt om uitputting van de nieren na te kijken? En wat zegt u tegen de patiënte die haar ‘hele hormoonstelsel’ eens wil laten nakijken? Bruce Wolffenbuttel nam u mee in de wereld van Dr. Google. Na afloop van zijn presentatie wist u hopelijk:
– de informatie over hormonale aandoeningen op internet naar waarde te schatten
– welke bronnen en ‘communities’ voor patiënten waardevol zijn
– bij welke klachten gerichte diagnostiek verstandig is
– alarmsymptomen van endocriene aandoeningen te herkennen.

Tot slot behandelde Marjan van den Berg opvliegers, hét karakteristieke symptoom van de overgangsjaren. Zij gaf antwoord op vragen als:
– Welke differentiaal-diagnose bestaat er bij de klacht opvliegers en hoe doet u hier onderzoek naar?
– Welke klachten van opvliegers zijn specifiek voor de post-menopauze en bij welke begeleidende klachten moet aanvullend onderzoek plaatsvinden?
– Wat is de plaats van oestrogeen substitutie bij klachten?
– Wat is het verschil tussen synthetische en natuurlijke oestrogenen? 

De eerstvolgende endocrinologie avond is 15 oktober 2013.

Op maandag 17 september 2012 promoveerde dr. Jacqueline Neve-Dolfing op het proefschrift Metabolic aspects of obesity and lean PCOS.
Dr. Neve heeft onderzoek gedaan in ZGT en het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft, locatie Voorburg.

Het aantal vrouwen met overgewicht en onvervulde kinderwens neemt toe. Veel van deze vrouwen lijden aan het polycysteus ovarium syndroom (PCOS). De onderzoeken in het proefschrift richten zich op aspecten van de stofwisseling bij overgewicht. Neve vertelt: “Vetweefsel is een orgaan dat de stofwisseling kan beïnvloeden en de verdeling van het lichaamsvet speelt een rol bij het stagneren van de eisprong. In het proefschrift komt naar voren dat bij slanke vrouwen met POCS en weinig vet in de buikholte, de afwijking in de eierstok zit. Bij obese PCOS is sprake van een complexiteit van symptomen met ondermeer ovulatiestoornissen.” De resultaten van het onderzoek zijn vooral interessant voor fertiliteitsklinieken en voor artsen die mensen met obesitas behandelen, laat de gynaecologe weten. Ze kijkt uit naar haar promotie. “Onderzoek doen met enthousiaste mensen en patiënten is leuk en spannend. En daarnaast leer je veel nieuwe dingen.” 17 september promoveerde Neve. Haar promotor was professor dr. Wolffenbuttel, internist-endocrinoloog van het UMCG.

On May 24th, 2010, prof. Wolffenbuttel gave a presentation on pathophysiology and treatment of type 2 diabetes during the ‘5th All Russian Diabetes Congress’.
All physicians in the audience can download the presentation HERE.
L.U.: May 29, 2010

A diagnostic approach to hyperferritinemia with a non-elevated transferrin saturation.
Adams PC, Barton JC.
J Hepatol. 2011 Aug;55(2):453-8.
From: Department of Medicine, University Hospital, University of Western Ontario, London, Ontario, Canada.
[lees verder…]

Update on Pituitary Surgery
Auteur: Brooke Swearingen
Author Affiliations: Neurosurgical Service, Massachusetts General Hospital and Harvard Medical School, Boston, Massachusetts 02114
[lees verder…]

Verminderde schildklierfunctie eerder vaststellen

29.07.2012

Ruim 2% van de Nederlanders is bekend met een schildklieraandoening en wordt hiervoor ook behandeld. Daarnaast blijkt ongeveer één procent van de Nederlanders een verlaagde schildklierfunctie te hebben zonder dit te weten. Dit laatste aantal is veel groter dan tot nu toe werd aangenomen. Dit blijkt uit recente gegevens van het grote LifeLines-onderzoek, waarin het […]

Read the full article →